Laten we de benaming ontleden. Ambt betekent beroep. Een ambtelijk secretaris is dus een beroepssecretaris, in tegenstelling tot een gekozen secretaris, die altijd ook een OR-lid is. En synoniemen voor secretaris zijn onder andere penvoerder of geheimschrijver.
Even terug in de tijd
Met de invoering van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) in 1950, en de aanpassingen in de daaropvolgende decennia, kregen ondernemingsraden steeds meer rechten, plichten én werkdruk. Er kwam behoefte aan een functionaris die ze kon ondersteunen. En zo werd, in navolging van de bestuurlijke wereld die al werkte met ambtelijk secretarissen als ondersteuners van overleggen, ook binnen OR’en de ambtelijk secretaris geïntroduceerd.
Van notulist naar sparringpartner
We zijn 75 jaar verder. OR’en zijn gegroeid in invloed en complexiteit – en zo ook de rol van de ambtelijk secretaris. Waar de functie ooit vooral draaide om administratieve ondersteuning, is de moderne ambtelijk secretaris veel meer een sleutelspeler in de medezeggenschap. Van procesbegeleider en kennisdrager tot bemiddelaar, verbinder en klankbord. Uiteraard hangt dit af van de ruimte die de OR geeft.
Zijn er alternatieve namen?
De rol is dus met de tijd meegegroeid, en toch is de naam onveranderd gebleven. Dat wringt soms. Daarom gebruik ik wel eens andere functietitels, omdat ik vind dat die m’n beroep beter duiden. Bijvoorbeeld:
- Medezeggenschapsadviseur
- OR-coördinator
- Procesbegeleider OR
- Strategisch OR-ondersteuner
Conclusie
Dus ja, misschien is het tijd voor een nieuwe titel. Of misschien moeten wij vooral laten zien dat achter die klassieke benaming een modern en veelzijdig beroep schuilgaat. De term klinkt ouderwets, de functie zelf is dat echt niet. Organisaties veranderen continu en ook de manier waarop medewerkers meedenken en meebeslissen. Daarmee is ook de invulling van onze rol volop in beweging. En uiteindelijk gaat het niet om de naam – maar om wat je doet.